Ethnografische Mededeelingen Over De Dajaks in De Afdeeling
Koealakapoea
Bibliographic Data
| ID | 2880501 |
|---|---|
| Authors | J Mallinckrodt (corresponding author) |
| Year | 1925 |
| Volume | 81 |
| Issue | 1 |
| Pages | 61-115 |
| Publication date | 1925-01-01 |
| Open Access | Yes |
| Type | ARTICLE |
| Venue | Bijdragen tot de taal- land- en volkenkunde / Journal of the Humanities and Social Sciences of Southeast Asia (JOURNAL) |
| Journal identifiers | ISSN: 0006-2294 • E-ISSN: 2213-4379 |
| Publisher | Walter de Gruyter GmbH (PUBLISHER • DE) |
| DOI | 10.1163/22134379-90001538 |
| OpenAlex | W1969759996 |
| Language | NL |
| Citations received | 1 |
Het leven van het kind.§ 77.De eerste levens jaren.De eerste tijden houdt het kind verblijf in een soort wieg, gemaakt van een doek, die aan twee punten is vastgebonden aan een der dwarsbalken van het huis.Deze wieg noemt men toejang (Ott Danoems: toetjong); zij is veelal versierd met eenige bezweringsvoorwerpsn, de zgn.penjaha (O.D.) De kleine heeft daarin een opgerichte houding en steekt alleen met het hoofd uit den doek; na eenigen tijd wordt hij ook wel in liggende houding in deze wieg gelegd.De plaats van opstelling is nabij de slaapplaats der moeder, die 's nachts, als de kleine wakker wordt, de wieg met haar voet in beweging brengt.Het valt zeer op, dat de kleine Dajak veel minder schreeuwt en huilt, dan zijn hollandsche soortgenoot.Moet de moeder uit, dan neemt ze haar kind mee; waar ze ook naar toe gaat, het kind gaat mee, hetzij naar een kennis, naar de ladang, naar een balian-feest, overal zijn ze in eikaars gezelschap; als ze buiten zijn, draagt de moeder de tanggoei dara, en wordt het kind meestentijd over den rug gedragen (mehambin, moemah) of voor de borst, in een slendang (mentang).Behalve met moedermelk wordt de jonge wereldburger al spoedig gevoed met pisang en zeer zacht gekookte rijst
Art · Theology · Philosophy
| Citations per year | 0.01 |
|---|---|
| Citation span | 1959 - 1959 (1) |
| Highly cited | No |