Verhaeren et le « tournant social » de Mallarmé
Bibliographic Data
| ID | 16357293 |
|---|---|
| Authors | Marc Dominicy (0000-0001-5805-6275, corresponding author) |
| Year | 2018 |
| Volume | 96 |
| Issue | 4 |
| Pages | 1153-1180 |
| Publication date | 2018-01-01 |
| Open Access | No |
| Type | ARTICLE |
| Venue | Revue belge de philologie et d histoire (JOURNAL) |
| Journal identifiers | ISSN: 0035-0818 • E-ISSN: 2295-9068 |
| Publisher | PERSEE Program (PUBLISHER) |
| DOI | 10.3406/rbph.2018.9236 |
| OpenAlex | W2982060765 |
| Language | FR |
Tijdens de herfst van 1887, laat Verhaeren vier opeenvolgende artikels in L’Art Moderne verschijnen in verband met Le Pitre châtié die blijk geven van zijn grondige kennis van de kunst en van de theoretische grondslagen van Mallarmé. Deze uiting vindt plaats tijdens een periode van ongeveer zeven jaren (1885-1891) waarin beide dichters zeer nauwe banden onderhouden. Een doorgedreven analyse van de herformuleringen die Mallarmé doorvoert op verschillende van zijn teksten, waaronder Le Guignon, en van de figurativisaties die de steeds vernieuwende schriftuur van Verhaeren op hetzelfde ogenblik kenmerken, toont aan dat zowel de ene als de andere dichter, op een gelijklopende manier, zich openstellen voor een nieuwe wereld, die een beweging van laïcisering aanvat en gekenmerkt wordt door sociale strijd en anarchistisch verzet. Daarom kan Verhaeren een lectuur van Le Pitre châtié voorstellen die dit sonnet definitief bevrijdt van elke verwijzing naar de parnassiaanse veroordeling van het histrionisme ; op een gelijklopende wijze, vervangt de herziene versie van het einde van Le Guignon de romantische “martelaren” van de eerste versie door overwonnen strijders van de Parijse Commune
Art · Humanities · French Literature and Critical Theory · French Literature and Criticism · French Literature and Poetry
| Highly cited | No |
|---|